• Tekst Guus Bauer / Foto Bart Homburg

Sanna Munnikendam: 'Een mooie uitdaging'

ZAANSTAD Juriste Sanna Munnikendam was sinds 2010 raadslid van de gemeente Zaanstad tot september 2017. In het in juni van dit jaar geïnstalleerde college is zij als wethouder verantwoordelijk voor Duurzaamheid, Energietransitie & Circulaire economie, Cultuur, Toerisme en Natuur en Landschap. Een veelomvattende portefeuille. Je moet van vele markten thuis zijn. Munnikendam heeft voorafgaand aan haar rechtenstudie Maatschappelijk Werk en Dienstverlening gestudeerd, was onder meer reclasseringswerker en  wetgevingsjurist sanctierecht bij het Ministerie van Justitie en voorzitter van het geschillencollege van D66. In 2015 werd ze fractievoorzitter van diezelfde partij in Zaandam. Sanna is nu ruim een jaar wethouder. Zij is momenteel ook wijkwethouder van Peldersveld-Hoornseveld en Poelenburg.

CULTUURVISIE

Munnikendam: ‘Het is een spannend en tegelijk heel open proces. Aan het begin van de nieuwe raadsperiode is er afgesproken dat de gemeenteraad zo vroeg als mogelijk bij besluitvorming betrokken wordt. Niet dat het college met betrekking tot het cultuurbeleid zegt: Dit is het, slikken of stikken. Op de raadsvergadering waarbij het kredietbesluit voor het cultuurcluster is ingetrokken, heb ik de opdracht gekregen om  met iedereen die dat wil in gesprek te gaan om tot een breed gedragen cultuurbeleid te komen. Het is de bedoeling dat we aan het einde van het traject alle vragen hebben gesteld en zoveel mogelijk groepen hebben gesproken. We zijn dus vooral bezig met het ophalen van wensen van cultuurorganisaties en -gebruikers. Er zijn gesprekken gevoerd met jong en met oud. We zijn de wijken ingegaan. En daarnaast hebben we ook geluisterd naar mensen die normaal niet bij cultuur betrokken zijn. Er is een klankbordgroep van raadsleden opgericht zodat we elkaar onderweg niet kwijtraken. Er is een online-enquête en er zijn drie brede bijeenkomsten geweest, bewust op verschillende plekken: in De Tulp in Peldersveld, in de oude Honigfabriek in Koog aan de Zaan en in het Wapen van Assendelft.’

'Uit de getekende opbrengsten blijkt dat er behoefte is aan een lange termijnvisie, aan een echt cultuurbeleid voor én vooral ook van de stad, niet alleen van de gemeente. Men ziet het als een bevestiging van de eigen identiteit, benadrukt dat de cultuureducatie op school hoort, dat kwaliteit belangrijker is dan bezoekersaantallen. Men stelt voor om speciale talentklassen op te richten, zoals ook voor de topsport is gebeurd. Het belang van buurthuizen en amateurverenigingen als sociale basis wordt onderkend. In het algemeen vindt men dat cultuur dicht bij huis bereikbaar moet zijn, het liefst op loopafstand. Er is ook duidelijk behoefte aan minder regelgeving bij evenementen.'

‘Zaanstad is een langgerekte gemeente met veel dorpen en de stad Zaandam. Men is heel erg betrokken bij de eigen kern. Wil ook graag iets van cultuur dicht in de buurt hebben. En dat hoeft niet direct iets heel groots te zijn. Tegelijkertijd is men er trots op Zaankanter te zijn. De industrialisatie begon hier eerder dan in Amsterdam. Dat cultureel-historisch erfgoed wordt door de Zaankanter gekoesterd. Het leeft echt. Ik ben bij alle drie de avonden geweest en het is duidelijk dat er heel veel particuliere initiatieven zijn, veel verenigingen ook. Het bruist echt in Zaanstad. De professionele organisaties doen het ook goed, hebben bestaansrecht. Én kleine, lokale cultuur én iets groots overkoepelend. Ik hoorde veel dat er meer geld naar cultuur moet. Een stad die investeert in sport, in cultuur en onderwijs, is een stad waarmee het economisch beter gaat. Er wordt vaak gedacht dat cultuur elitair is, maar wanneer je investeert in cultuur, investeer je ook in jongeren. Het is goed tegen laaggeletterdheid, tweedeling. Een enorm bindmiddel, zoals het in de Honigfabriek heel treffend werd gezegd. Je moet prettig wonen in je woonplaats, er leuke dingen kunnen doen. Verwonderen en leren, al van jongs af aan, dat vind ik belangrijk.’

NATUUR & LANDSCHAP

‘Het landschap is natuurlijk niet stedelijk, maar we zitten wel op één watersysteem. Daar heb je weer de Waterschappen bij nodig, die bijvoorbeeld ook de belangen van boeren behartigen. Een politieke kwestie. Het beste zou zijn als je de veenweidegebieden zoals de onze zou “vernatten”, omdat het én verzakt, inklinkt, én veel Co2 uitstoot. In plaats van koeien krijg je dan lisdodden in de wei. Bij Nauerna hebben we hier in Zaanstad een kleinschalige proef waarbij wordt gekeken wat er gebeurd wanneer je stukken grond onder water zet. Welke teelt is geschikt? Lisdodden kun je bijvoorbeeld gebruiken als duurzaam isolatiemateriaal. Een win-winsituatie. Hier in de stad wil je ook niet dat het grondwaterpeil heel erg zakt, dan komen de palen droog te staan. Dat wij hier paalrot hebben, heeft eerder met een bacterie te maken dan met het waterpeil, maar het wordt door een lage waterstand wel verergerd. Het is een lastige materie. Maar tegelijkertijd ook heel interessant. De verschillende onderdelen van mijn portefeuille vallen wel goed samen. Het gaat eigenlijk allemaal over hoe de stad mooier gemaakt kan worden. Landschap is ook de natuur en heeft te maken met recreatie. Je moet als bewoner en toerist kunnen genieten van dat landschap zonder het aan te tasten. Binnen een paar minuten kun je hier in de weilanden staan.’

TOERISME

‘Ik ben zeventien jaar geleden naar de Zaanstreek verhuisd en zag gelijk de schoonheid, tussen alle fabrieken door. Het DNA van de Zaankanter - de  molens neerzetten, hard werken, lef tonen – spreekt me enorm aan. Ik wilde gelijk ook ambassadeur voor de streek worden. Ik beschouw mijzelf nu als een Zaankanter. De meningen zullen erover verdeeld zijn, maar voor mij geldt: Je bent een Zaankanter wanneer je hier niet meer weg wil. De schilder Claude Monet heeft bijna honderdvijftig jaar geleden in de doeken die hij hier heeft gemaakt de schoonheid van de molens, het Zaanse DNA treffend weergegeven. Daar moeten we meer mee gaan doen.

De Zaanse Schans is bij uitstek het gebied waar het zogenaamde “Holland-verhaal” het duidelijkst zichtbaar is. De gemiddelde toerist vindt de windmolens, de koeien, de weilanden Hollandser dan Holland. De Zaanse Schans is de plek waar de eerste fase van industrialisatie heel duidelijk zichtbaar is. De molens tot pakweg 1850 en daarna de fabrieken in de Zaanbocht en in Wormerland. Dat verhaal, die traditie, spreekt de bezoekers van over de hele wereld én de Zaankanter heel erg aan. De Zaanse Schans is begonnen als “reservaat” om die houten huisjes te behouden omdat ze dreigden te verdwijnen in de vaart der volkeren. Het bleek een enorme aantrekkingskracht te hebben. Momenteel zijn er jaarlijks ruim twee miljoen bezoekers.’

In absolute bezoekersgetallen staat de Schans op plek vier, na De Efteling, Lovers rondvaart en het Van Gogh museum en nog voor het Rijksmuseum. Met betrekking tot internationale bezoekers zelfs onbetwist op nummer één in Nederland.

‘Als het zo doorgaat gaat het richting de drie miljoen. Dat kun je zien als een ramp, maar ook als een kans. Het is organisch ontstaan. Het is een woonbuurtje in Zaandam. Dat is ook een van de aantrekkingskrachten. Levende geschiedenis in plaats van een openluchtmuseum.

De afgelopen tijd is gebleken dat er iets gedaan moet worden, omdat er bijvoorbeeld ook gevaarlijke verkeerssituaties ontstaan door de drukte. We zijn daarom met betrokkenen zoals de stichting Zaanse Schans, de Vereniging Zaanse molens, het Zaans Museum, de ondernemers en niet in de laatste plaats de bewoners – bezig met een ontwikkelingsstrategie die de Zaanse Schans klaar moet maken voor de toekomst. Misschien moeten we denken aan venstertijden, spreiding over de dag van de groepen bezoekers, zonder mensen weg te jagen. Een nieuwe entree, waardoor automatisch ook het Zaans museum inclusief het Verkadepaviljoen beter wordt geïntegreerd, een nieuw fietspad op de Kalverringdijk. Er komt een nieuw Molenmuseum. Naast dit alles zijn we ook bezig met het onderzoek naar een verdienmodel voor wat in folders “The Amsterdam Mills” wordt genoemd.

En wat zo jammer is: maar  één procent van al die bezoekers gaat maar naar de Zaanbocht, het noorden van de Zaanstreek en naar het centrum van Zaandam. Wij hebben natuurlijk veel meer te bieden. Er moet een programma voor toerisme komen waarin je gaat kijken naar spreiding en verbreding. Zo laat ik nu een haalbaarheidsonderzoek doen naar een nieuw museum in Zaandam. De werktitel is “Museum Holland”, een nationaal museum dat de Hollandse identiteit door middel van wisselende tentoonstellingen laat zien. Dat is eigenlijk ontstaan omdat in Amsterdam heel veel stukken in depot liggen. In eerste instantie als een soort dependance, maar het idee is nu toch om een bovenregionaal museum te scheppen dat het typisch Hollandse kan uitdragen. Dat zal ook goed zijn voor bedrijven, voor bijvoorbeeld de horeca in Zaanstad. Zoals ik zei: een stad die investeert in cultuur, doet het ook economisch goed. 

WARMTENET

‘Er zijn grote plannen met betrekking tot verduurzaming. Zo is het idee om een heel wijd vertakt warmtenet aan te leggen, maar we beginnen kleinschalig. We willen ruim 2000 woningen waaronder vijf flats langs de A8 van het aardgas afhalen en aansluiten op een warmtenet. In de flats zijn nu nog centrale gasketels als warmtebron aanwezig. De nieuwe ketels krijgen straks warm water van een biomassacentrale. Die centrale komt achter het Zaans Medisch Centrum te staan. De vergunningen zijn rond en er worden nu werkafspraken gemaakt met de scholen in de omgeving. Dat warmtenet is technisch eenvoudig, buizen in de grond en een biomassacentrale en klaar. Maar het is relatief nieuw om bestaande flats van het aardgas af te krijgen, nieuw om als gemeente in een warmtenet te stappen. Daartoe is met partners een aparte BV opgericht. Het ingewikkelde is dat de energieleverancier ook nog nooit op deze wijze had gewerkt. De corporatie had eveneens nog nooit bestaande flats van het aardgas afgehaald. En voor ons als gemeente is het de eerste keer dat we de regie op deze wijze oppakken. Als partners hebben we moeten leren om elkaars taal te spreken. De verenigingen van eigenaars van de flats moeten voor de aansluiting op het warmtenet ook formeel toestemming geven, die processen lopen ook nog; Een van de VVE’s heeft inmiddels toestemming verleend, de andere VVE vergadert binnenkort hierover. Een biomassacentrale is vrij onbekend. Ik begrijp dat mensen vragen hebben, bijvoorbeeld over de uitstoot. Het is goed om te vertellen dat die minimaal is. Er wordt met meer dan de best beschikbare technieken gewerkt (dat heet ook wel BBT+), en daardoor meer dan aan de wettelijke eisen voldaan. Er worden hier geen bomen uit bijvoorbeeld Canada opgestookt, maar houtsnippers van snoeiafval uit onze eigen parken en bossen, het liefst zo dicht mogelijk in de buurt. We begrijpen de emotie, geven daarom zo goed mogelijk en eerlijke voorlichting.’

‘We wilden aanvankelijk een veel groter stedelijk gebied aansluiten, maar dat werd te duur, te gecompliceerd. Dit is een eerste fase. In een later stadium kunnen we altijd nog andere delen van de stad vastknopen. Ook gaan we op zoek naar andere, aanvullende warmtebronnen. We hebben hier natuurlijk ook heel veel industrie die restwarmte beschikbaar heeft. Daar zijn we ook mee in gesprek. Uiteindelijk moeten we kralen gaan rijgen en de warmtenetten allemaal aan elkaar knopen.’

Voorheen viel duurzaamheid onder één wethouder. We hebben in deze collegeperiode afgesproken dat alle wethouders binnen hun eigen portefeuille verantwoordelijk zijn om de doelstellingen met betrekking tot verduurzaming te halen. Songül Mutluer is bijvoorbeeld bezig met duurzaam wonen, duurzaam bouwen, Gerard Slegers als wethouder Infra, Mobiliteit en Openbare Ruimte zorgt dat er zo min mogelijk uitstoot wordt gerealiseerd, te beginnen met het eigen wagenpark. Dat zal elektrisch moeten worden.

CIRCULAIRE ECONOMIE

‘Men denkt nog weleens dat dat alleen over afval gaat. De grondstoffen op de wereld zijn eindig en het is zaak dat we de cirkel rond houden. We moeten zorgen dat we duurzaam produceren en dat wanneer artikelen stuk zijn, ze goed zijn te repareren c.q. goed zijn te recyclen. Circulaire economie is de volgende wezenlijke verandering. Duurzaam wonen, duurzaam slopen. Bouwbedrijf Rutte op de  Achtersluispolder heeft een methode bedacht om beton achteraf goed te scheiden en opnieuw te gebruiken. Een wereldprimeur. Textiel is een enorm vervuilende industrie. We gaan nu samen met een aantal partijen aan de slag om van oude textiel nieuwe garens te kunnen maken. Daarin speelt bijvoorbeeld Wieland Textiles uit Wormerveer een rol. Zij hebben een machine ontwikkeld waarmee tweedehands kleding kan worden vervezeld, zodat het als grondstof kan worden hergebruikt. We moeten van klein naar groot streven naar hergebruik. Mijn portefeuille sluit aan bij heel veel disciplines, is eigenlijk heel circulair. Een mooie uitdaging.’