• Jan Eising en Jill Holterman. (Foto's: Sylvia van Essen/ Sandra Holterman)

    ..

De sporter en haar trainer: Jill Holterman en Jan Eising

ZAANDAM Trainers. Ze treden niet op de voorgrond. Het gaat immers om de prestatie van hun team, van hun pupil. Maar sommige trainers zijn voor een topsporter méér dan een trainer. Zij hebben hét verschil gemaakt in hun sportcarrière. Wie is die belangrijke persoon? Wat is zijn kracht?

Sylvia van Essen

De vraag aan Jill Holterman: 'Welke trainer heeft voor jou veel betekend in je sportcarrière?', was voor de atlete van AV Zaanland gemakkelijk te beantwoorden. ,,Ik hoop dat het mijn huidige trainer Gerard van Lent wordt,'' lacht ze. ,,Ik ben begonnen bij Jan Eising. Toen hij stopte nam Louis Dam het van hem over. Daarna heb ik zeven jaar bij Team Distance Runners getraind onder leiding van Guido Hartensveld. Zonder de anderen tekort te doen is het Jan Eising geweest die mij het plezier in de wedstrijdsport heeft gebracht. Hij heeft mij de inspiratie gegeven om te presteren.''

De 26-jarige Zaanse atlete won dit seizoen de bronzen medaille op de 5.000 meter (16:16:37) tijdens de nationale kampioenschappen atletiek in Utrecht. Ze was in januari snelste Nederlandse dame bij de Egmond halve marathon (zesde overall) en derde dame op het NK 10.000 meter op de weg in Schoorl in 33:35 en de zilveren medaille op dezelfde afstand op de nationale kampioenschappen op de baan in Leiden. ,,Ik hoopte dat ik me dit jaar kon plaatsen voor het Europees Kampioenschap in Berlijn. Dat is helaas niet gelukt. Het niveau voor dit jaar was voor mij net iets te hoog maar, ik blijf er voor werken en ik blijf er van dromen.''

Jill is als twaalfjarige pupil lid geworden van AV Zaanland. De eerste twee jaar was ze nog een allrounder. Ze deed aan alle atletiekonderdelen mee, naast de loopnummers het verspringen, kogelstoten en hoogspringen. ,,Vanaf je zestiende mocht je je specialiseren op de loopnummers,'' herinnert Jill zich. ,,Ik was veertien en gaf aan dat ik graag wilde hardlopen en kwam bij de trainingsgroep van Jan. Ik was dus nog best jong dat ik drie keer per week met een gevarieerde groep fanatieke lopers meetrainde. Er liepen jongens tussen die medailles pakten op de Nederlandse kampioenschappen, maar ook Leon Thissen die bij de masters succesvol was op de 400 meter op het NK.''

,,De positiviteit van Jan was mooi. Hij werd enthousiast van een goede training of als ik een persoonlijk record liep. Hij hield me voor, dat als ik elk jaar kleine stappen zou maken en zou blijven trainen, ik succes zou hebben. Op latere leeftijd ben ik in die valkuil van 'te hard trainen' gestapt en heb ik last van enkele blessures gekregen. Ik hoor zijn stem het hem nog zeggen. Maar ja, je bent jong en je wilt wat,'' vertelt Jill. ,,De kracht van Jan waren zijn vrijblijvendheid en zijn grappen. Ondanks dat de groep zo gevarieerd was gaf hij alle atleten persoonlijk aandacht. Hij verplichte ook niemand om te komen trainen. Als je niet wilt kom je niet. Maar iedereen was gemotiveerd en had altijd zin om te trainen. Jans trainingen waren een feestje, iedereen was er dus altijd.''

,,Onder Jan liep ik mijn eerste wedstrijden. Mijn debuut maakte ik bij een instuif van AV Trias, in Heiloo. Ik was veertien of vijftien jaar en liep 2:23 op de 800 meter. Toen kon ik die prestatie niet op waarde schatten, maar later besefte ik dat dat voor die leeftijdsgroep een hele goede tijd was. Ik herinner me ook dat ik als B-junior met hem en zijn vrouw Tineke naar het NK indoor in Emmeloord ging. We sliepen daar in een jeugdhotel. Als ik er zo op terugkijk was het wel een heel bijzondere tijd. Jan was trots op me. Nu zie ik langs de kant van de baan nog wel eens iemand met een petje staan die stiekem mee klokt. Dat is Jan. Hij volgt het nog steeds. We spreken elkaar niet veel, maar als ik hem weer zie is het altijd leuk.''

De passie van Jan Eising (76) is nog duidelijk zichtbaar aan de twinkeling in zijn ogen als hij over atletiek praat. Jan is 30 jaar trainer/coach geweest bij AV Zaanland. ,,Als vader stond ik wel eens langs de baan te kijken bij de trainingen aan de groep van mijn zoon. Ik vond dat dat beter kon. Toen ik dat aankaartte werd ik gevraagd om een groepje pupillen onder mijn hoede te nemen,'' herinnert Jan zich het begin van zijn trainersloopbaan. ,,Ik heb zelf ook jarenlang actief aan atletiek gedaan, dus ik wist waarover ik sprak. Maar om training te geven moest ik mezelf onderleggen. Daarvoor heb ik diverse cursussen bij de Atletiekunie gevolgd. Eerst deed ik algemene trainingen voor speerwerpen, discuswerpen, hoogspringen, later ook de sprintafstanden en de middellange afstand (MiLa).''

Jan is bescheiden over zijn rol als trainer. ,,Het succes van de trainer heeft ook te maken met het talent binnen een groep. Ik lette bij mijn atleten heel erg op lenigheid in combinatie met de loopbeweging. Daarvoor gebruikte ik vaak de horden. Daarnaast ben ik de diepte ingedoken en leerde ik van alles over stofwisselingsprocessen. Het is voor een trainer, maar ook voor de atleet, belangrijk te weten wat er met je lichaam gebeurt als je bijvoorbeeld een heuvel oploopt. Je kunt meten wat je in een training kan doen. Uiteindelijk verrichtten we vrij eenvoudig lactaatmetingen door simpele bloedafnames voor en na de inspanning. Op de waardes die daaruit kwamen stemde ik de trainingsintensiteit van mijn atleten af. Studenten van de ALO (Academie Lichamelijke Opvoeding, red.) kwamen bij mij om te zien hoe ik daarmee omging. Vanuit heel Nederland kwamen atleten naar AV Zaanland bij mij voor gasttrainingen. Ik kreeg ook aanbiedingen van grote clubs, maar daar ben ik nooit op in gegaan.''

Jan vervolgt: ,, Ik ben ook altijd bezig geweest met het maken van schema's. Ik wilde ook van de wereldtop weten hoe ze trainden, en keek daar soms ook wel schema's vanaf. Die van Sebastian Coe bijvoorbeeld.'' Daar gaf Jan wel weer zijn eigen draai aan. ,,Zelf schreef ik altijd alle trainingsschema's op papier. Ik wilde altijd feedback van de atleten. Ze moesten van mij reageren hoe ze de training ervaren hadden. Dat zorgde ervoor dat ze nadachten over wat ze deden maar ook dat ik wist dat ze getraind hadden. Als ze te vaak verzaakten kregen ze van mij geen schema's meer, daar was ik ook duidelijk in.''

Als Jill Holterman ter sprake komt begint Jan te glimmen. ,,Jill was nog jong dat ze bij mij kwam lopen. We hadden een gemêleerde groep atleten. Ze was een lekker eigenwijs wijffie en het was meteen duidelijk dat ze talent had. Jill liep bij mij de MiLa, de 800 en 1.500 meter. Ik zie haar niet vaak meer, maar als ik haar tegenkom krijg ik altijd een zoen van haar. Haar vader heeft een cateringbedrijf waar ze toen ook vaak meehielp. Bij mijn afscheid zei hij: 'Je hebt zo veel betekend voor Jill, ik verzorg je afscheid.' Dat heeft hij fantastisch gedaan.''