• Free Fotografie

Doorgewinterd

Een paar columns geleden vertelde ik over de barre winter van 1979. Een slot aan dat verhaal ben ik de trouwe lezer nog schuldig. Het kan nog net. Kille nachten, gure tegenwind.

Overdag bespeur je al een zweem van lente in de lucht. Wat zeg ik, een week of wat geleden kon je met een vestje op het terras zitten. Maar goed, belofte maakt schuld.

Het is 21 februari, nu iets meer dan veertig jaar geleden. De straten waren spiegelglad. Het leger werd ingezet om ingesneeuwde dorpen te voorzien van noodrantsoenen. Het IJsselmeer was met een auto over te steken. (Dat kan ook een ander jaar van dat decennium zijn geweest. De winter was in 1979 in elk geval extreem streng.)

Ik kwam vlak voor sluitingstijd uit de Amsterdamse Kamer van Koophandel, met een bewijs van inschrijving als zelfstandige in mijn binnenzak, dicht bij mijn enthousiast kloppende hart. Het avontuur kon eindelijk beginnen.

De grote zakenmeneer in spé was er klaar voor. Het had uren geduurd voordat ik aan de beurt was omdat het pand maar door één verdwaalde ambtenaar was bereikt. Meermaals was ik de dagen ervoor al na een glibberpartij voor een dichte deur gekomen. Ik stond amper op straat of mijn semafoon piepte. Een eerste klant, nu al? Dat kon natuurlijk niet.

Het futuristische ding, ook wel pieper genaamd, was pas twee dagen in mijn bezit en alleen vrouwlief had het nummer. (Voor alle duidelijkheid, beste beeldschermers, er was in die tijd nog geen mobiele telefoon. Ik weet het, onvoorstelbaar. Hoe we toen overleefden? Nou, gewoon van dag tot dag. Met een telefoon thuis, op het werk, met antwoordapparaten.)

Langzaam liet ik de cijfers op het schermpje tot mij doordringen. De ijskoude wind verstijfde ondertussen gezicht en vingers en deed ook een geslaagde poging om dwars door de winterjas – ietwat sleets geworden, acht jaar eerder van vader geërfd – mijn botten te bereiken. De eerste telefooncel (nog een verdwenen fenomeen) zat op slot, van de tweede was de hoorn kapot. In elk geval kon de andere kant mij niet horen.

Een ziekenhuis in Arnhem bleek mij te hebben opgepiept. Een ver familielid? Hoe kwamen ze aan mijn piepernummer? Ik vrees dat u nog een week moet wachten voor de ontknoping. Het is het waard, beloof ik u.

Spannend, hilarisch, ontroerend. Vroeger heette dat een feuilleton. Daardoor werden kranten verslonden.