• Guus Bauer.

    Foto: aangeleverd.

Koga en Koger

Ik water net de winterharde plantjes in mijn portiek, wanneer een voorbijgangster zegt: 'Je schrijft wel veel over die fietsenzaak aan de Zaan.'

Het is de alleraardigste mantelzorgster die dagelijks mijn raam passeert op weg naar haar oude moeder. Tja, ik moet ook aan de andere kant van de toonbank inspiratie opdoen. Ik steek dus geregeld aldaar de helpende hand toe, als beroepsmachtige kletser.

Voor alle duidelijkheid, en om de wraakengelen voor te zijn, dat is puur op vrijwillige, op vriendschappelijke basis. Op een rustige dag, kwam een heer de winkel binnen, de winkel die we gezien zijn hoge leeftijd 'de rijwielherstelinrichting' zullen noemen.

Hij vroeg mij eens naar zijn banden te kijken. Nog niet eerder had ik een dergelijke slijtage gezien. Het profiel was totaal weg. Overgrootvader reed op het canvas.

'Hoogst gevaarlijk,' zei ik, 'uw banden staan op ontploffen. U kunt elk moment omvallen.' Een wat ongelukkige formulering.

Hij keek langs mij heen naar de Zaan, zich duidelijk even bewust van zijn vergankelijkheid, haalde zijn schouders op en zei: 'Dat is me toch wat, ik heb ze pas negen jaar geleden hier laten vernieuwen. Met de vorige heb ik zeker een jaar of vijftien gedaan.'

'Ja, waarde heer,' zei ik, 'vroeger werden er nog échte kwaliteitsproducten gemaakt.' Dat stelde hem even tevreden. Met de fiets aan de hand vertrok hij weer, na een 'het zal mijn tijd wel duren' gemompeld te hebben.

Diezelfde middag werd ik verzocht om een uurtje de kassa te bewaken in de hoofdvestiging in Zaandam. Daar was in die tijd nog een man uit Koog aan de Zaan aan het sleutelen. Een bedachtzaam type. Beter gezegd: een droogkloot pur sang.

Toen een warhoofdig hulpje even niet goed oplette, sloeg een slijptol vast in zijn wijsvinger. Het bloed spatte rond. 'Snel, haal een doek,' zei de bazin tegen de Koger. De man sjokte naar een ander gedeelte van de werkplaats, pakte een doek, kwam als in slow motion weer terug en… begon de Koga van een klant van de bloedspetters te ontdoen.

'Nee,' riep de bazin, haar handen vertwijfeld in het haar, 'voor zijn vinger natuurlijk. Schiet op.' 'O,' antwoordde de Koger met een blik op de doek, 'dan zal ik maar een nieuwe halen, want deze is vies.'